‘Nachttrein naar Lissabon’ (2006) van de Zwitserse schrijver Pascal Mercier, pseudoniem van de filosoof Peter Bieri (1944), was voor mij een boek wat, zoals het nu voelt, ik op het juiste moment las. Dat was in 2006. Een heel bijzonder boek. Als je het nog niet gelezen hebt, dan is dit zeker een boek wat op het lijstje van nog te lezen boeken hoort. Een filosofische roman waarin existentiële thema’s diepgaand onder de loep worden genomen. “Het leven is niet het leven dat we leven, maar het leven dat we ons voorstellen te leven.” – zo luidde een sleutelzin uit de roman. Hoe je verbeelding kan bijdragen aan je vrijheid.

Nu ruim 13 jaar later heeft Peter Bieri, hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Berlijn, onder zijn pseudoniem Pascal Mercier een nieuw meesterwerk geschreven. Het heet: ‘Het gewicht van de woorden’.

Een boek waarin hij opnieuw in een mengeling van fictie en filosofie zijn licht laat schijnen over de mogelijkheden van de mens om zijn eigen leven vorm te geven op een manier die past bij wie hij is. Belangrijke thema’s hierbij zijn eenzaamheid, wanhoop en genialiteit en hij maakt zeker in dit boek optimaal gebruik van de genialiteit van de taal. Echt een boek om te lezen en zo nu en dan gedeelten her te lezen. De rode draad in het boek is ‘de balans opmaken’.

In een recensie van Trouw stond het volgende:

In het geval van zijn hoofdpersoon, Simon Leyland, een man van begin zestig, vertaler van beroep, begint de zoektocht onder nogal ongewone, dramatische omstandigheden. Elf weken leeft hij met een doodvonnis: hij heeft een ongeneeslijke hersentumor. Dan blijkt dat er een vergissing in het spel was: zijn hersenfoto’s zijn verwisseld met een andere patiënt. Onverwacht heeft hij weer toekomst.
Om de balans van zijn leven op te maken en uit te zoeken hoe hij nu verder wil, keert hij na tientallen jaren vanuit Triëst terug naar Londen waar zijn leven begon. Daar woont hij in de villa die hij van zijn overleden oom heeft geërfd. In zijn afscheidsbrief memoreert zijn oom (zelf een taalwetenschapper) het moment waarop zijn neef als adolescent staande voor een kaart van het Middellandse Zeegebied de wens uitsprak om alle talen die daar gesproken worden onder de knie te krijgen – een stoutmoedig project waar Leyland ver mee gekomen is. Aan het slot van zijn brief schrijft de trotse oom aan zijn neef: “Ik zou willen dat je deze schitterende, krankzinnige wil en het onwrikbare zelfvertrouwen dat eraan ten grondslag ligt nog één keer laat opflakkeren en naar de pen grijpt om in heel eigen woorden te vertellen over jezelf… Altijd heb jij anderen geholpen in jouw taal het woord te nemen. Je hebt ze de stem van jouw taal geleend en ze in jouw taal een eigen stem gegeven. Hoe klinkt jouw eigen stem in deze taal? Hoe klink je zelf?”

Is dat geen goede cliffhanger om het boek te gaan lezen. Hoe klink je zelf?

De boekbewaarder van dat ene boek