In de Trouw van 4 maart jl. verscheen een artikel met de kop: ‘Een vaccinatiebewijs is geen moreel dilemma, maar een uitstekend idee’. Een standpunt van het ‘Filosofisch Elftal’. Centrale vraag: ‘Valt het te verantwoorden om mensen die gevaccineerd zijn meer vrijheden te geven? Of kan dergelijke ‘vaccinatiediscriminatie’ niet door de beugel?’ In het artikel wordt betoogd dat het een goed idee is om mensen die gevaccineerd zijn toe te staan weer van de vrijheid te genieten (bezoek restaurant, concert etc.), wat betekent dat anderen nog even moeten wachten. Onderdeel van het plan is overigens ook het inzetten van sneltests, zodat nog niet gevaccineerden tevens kunnen deelnemen aan dergelijke zaken. Als mensen zich bewust niet willen laten vaccineren dan heeft dat consequenties, dat is dan een eigen keuze.

Bij dit vraagstuk staan vrijheid en gelijkheid op gespannen voet met elkaar.

In het artikel wordt op heldere wijze betoogd dat hier geen sprake is van discriminatie (waarde: ‘gelijkheid’), aangezien dit alleen aan de orde is als het onderscheid wat gemaakt wordt op oneigenlijke gronden wordt gemaakt (bijv. tegen een chirurg: ‘jij mag niet opereren want je bent een vrouw’). Van oorsprong betekent discrimineren overigens ‘onderscheid maken’ en is daarmee minder negatief geladen. In het artikel worden heldere voorbeelden gegeven waarom dit heel nuttig is en noodzakelijk om een samenleving te laten functioneren (‘je mag niet opereren, want je hebt geen opleiding daarvoor genoten’ of ‘je mag nog geen rijbewijs halen want met 16 jaar ben je nog te jong’). In het verlengde daarvan wordt betoogd dat in het kader van het vaccineren geen sprake is van discriminatie op oneigenlijke gronden, want iedereen begrijpt dat vaccineren tijd kost, de postbode is ook eerder aan het begin van de straat dan aan het einde en daar klagen we ook niet over.

Hoewel het weer toestaan van deelname aan het openbare leven (waarde: ‘vrijheid’) voor velen over het algemeen een meer beladen onderwerp is dan je post ontvangen, is dit een helder argument: de ongelijkheid duurt maar even en is niet gebaseerd op oneigenlijke gronden. We maken in dit geval onderscheid om anderen te beschermen (waarde: ‘veiligheid’) en natuurlijk om de samenleving weer op gang te helpen die ondertussen ook schade ondervindt (waarde: ‘ondernemerschap’, de ruimte om je vak uit te oefenen en inkomsten te genereren). De schade van deze keuze is beperkt, het gaat over een relatief korte tijd dat iedereen weer de kans heeft om deel te nemen.

Het gaat erom dat een dergelijk vraagstuk wel degelijk moreel van aard is.

De denkers komen dus tot een helder beargumenteerd oordeel, waar ik het persoonlijk ook nog mee eens kan zijn. Maar dat doet hier niet ter zake. Het gaat erom dat een dergelijk vraagstuk wel degelijk moreel van aard is. Zoals hierboven wel helder wordt, zijn er meerdere waarden in het geding, waarvan helder is dat er meerdere personen dan wel instanties zijn die dit ervaren als een moreel dilemma. Op dat moment is het dan ook een moreel vraagstuk. Ook al ervaart dit filosofisch elftal het zelf niet als een morele worsteling en stellen ze de oprechtheid van de morele worsteling van de overheid ter discussie (want zoveel meer andere fundamentele ongelijkheden worden al zolang voor lief genomen). Een goede kritische benadering lijkt me, maar ook dat doet in feite niet ter zake om te bepalen of iets een moreel vraagstuk is.

Dit is dan ook inmiddels mijn ervaring met het houden van een moreel beraad: als iemand een moreel dilemma of vraagstuk inbrengt kan je meemaken dat je bij jezelf denkt: ‘niet zo moeilijk, is dat nou werkelijk een diepgaande overweging waard?’ Je standpunt kan aan het einde van het beraad wellicht niet sterk veranderd zijn, maar het kan je ook tot nieuwe inzichten hebben gebracht. Je ziet misschien beter waar andere mensen mee zitten, iets waar je zelf misschien (te) gemakkelijk mee omgaat. Tot nu toe verrast het me keer op keer hoe het mezelf overkomt en zie ik hoe het anderen overkomt: je begrip wordt verrijkt door nieuwe inzichten. Zolang als de casusinbrenger maar oprecht is in relatie tot het ingebrachte vraagstuk en het beraad niet wil gebruiken ter bevestiging van een vooraf ingenomen standpunt. En dat geldt net zo goed voor de deelnemers aan een moreel beraad: zij dienen oprecht geïnteresseerd te zijn om een moreel vraagstuk te onderzoeken en bereid te zijn om hun eigen morele oordeelsvorming daarin te betrekken.

Op zo’n moment ontstaat er ruimte voor onderzoek en vindt dit onderzoek plaats in relatie tot de casus. Hoe goed het ook aantoont wat het begrip discriminatie inhoudt, dan wel onderscheid, een vergelijk tussen vaccineren en de post rondbrengen gaat dan niet op, omdat de situaties verschillen in lading. Een ander voorbeeld maakt dit helder: als je de borden vol schept met eten, begrijpt iedereen dat je dit niet in één keer voor elkaar krijgt. We hebben dan de gewoonte om op elkaar te wachten tot je gaat eten. In relatie tot de casus van het vaccinatiebewijs is zoiets wellicht aan de orde. Maar ook hier: wachten op je eten is iets anders dan het verkrijgen van je vrijheid om weer deel te nemen aan het openbare leven. Wel kan je stellen: alle oplossingen brengen schade met zich mee, maar deze oplossing is het minst schadelijk, want de tijdelijke tweedeling in de samenleving duurt niet te lang en gebeurt niet op oneigenlijke gronden. Dat kan een mooie uitkomst zijn van een moreel beraad.

Graag nodig ik je uit om hierop te reageren en een keer deel te nemen aan een moreel beraad bij desamentafel!

Hedwig Kauffman, gespreksleider moreel beraad

Is het vereisen van een vaccinatiebewijs geen moreel dilemma?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *