In vele gesprekken die wij voeren binnen onze professionele omgeving, binnen desamentafel, maar ook in de privé omgeving, blijkt hoezeer mensen zich zorgen maken over het gebrek aan sociale samenhang in onze samenleving. De samenleving polariseert, mensen staan tegenover elkaar, we luisteren niet naar elkaar, feiten doen er niet meer toe, het onderling vertrouwen staat onder druk.….de samenleving is uitermate geïndividualiseerd, maar nog nooit ging het in essentie zo weinig over dit individu, de mens. Velen voelen zich los gezongen, voelen zich alleen staan, de psychische problematiek is enorm groot. Hoe tegenstrijdig. In geen enkel tijdperk beschikten we over zoveel mogelijkheden tot verbinding, maar nog nooit voelden we ons zo niet verbonden. In weerwil van Rutger Bregman’s ‘De meeste mensen deugen’, gingen vele mensen tijdens de Coronacrisis toch echt wc papier hamsteren, hoewel Rutger dat graag wilde zien als een manipulatie van de media. 

Oproepen zoals ‘Omzien naar elkaar’, ‘je moreel kompas inzetten’, zeggen iets over een breed gevoelde behoefte om het tij te keren. Waar eeuwenlang religie een moreel referentiekader bood, zijn we dat nu grotendeels kwijt. Onlangs greep ik terug naar een boek van Frans de Waal, niet zijn meest recente over Gender, maar zijn eerdere ‘De Bonobo en de tien geboden’. Hij maakt via zijn onderzoek naar primaten verrassend helder hoe onze moraliteit voortkomt uit onze voorouders de mensapen. Door hiervan kennis te nemen is beter te begrijpen waar wij ten diepste behoefte aan hebben: onderlinge steun en het voorkomen van schade. De mens is een sociaal wezen en is afhankelijk voor haar voortbestaan van de groep. Het goede functioneren van de gemeenschap is afhankelijk van onderlinge betrokkenheid en loyaliteit. Binnen een leefgemeenschap van mensapen zoals de chimpansees of de bonobo’s is dat een stuk eenduidiger dan de complexe wereld waar wij in leven. Onze ontwikkeling van een stammensamenleving naar de mondiale samenleving van nu is in relatief rap tempo doorontwikkeld, maar in wezen kennen wij nog steeds dezelfde behoefte. Dit vraagt dan ook in relatief snel tempo een andere manier van samenleven. 

Onze morele referentiekaders wisselen naar gelang wij ons bewegen in diverse sociale kringen. De hockeyclub kent andere mores dan ons werk of het orkest. Doordat wij snel wisselen in ons dagelijks leven tussen deze kringen, kunnen zaken als grensoverschrijdend gedrag langer voortbestaan. We kunnen het ons permitteren om weg te kijken, onwelgevallige zaken ‘onder de pet te houden’. We zijn niet zo sterk afhankelijk van die ene groep, er zijn er namelijk meerdere waarin wij bewegen. Liever bewaren we dan de lieve vrede, gaan confrontatie uit de weg of zien het simpelweg niet, omdat we niet voortdurend aanwezig zijn. Iets wat niet zo gemakkelijk lukt als je in één groep leeft. Daar liggen de grenzen van moreel gedrag noodzakelijkerwijs strakker. Het ongenoegen in onze maatschappij door alle misstanden die onze verbrokkelde samenleving met zich meebrengt, lijkt een uitweg te zoeken, waar autoritaire leiders graag misbruik van maken. Hoe kunnen we dit voorkomen, zonder achter goeroe’s aan te lopen, religies aan te hangen, of ons anderszins te afhankelijk te maken? En hoe kunnen we onze goede kanten, onze opofferingsgezindheid, hulpvaardigheid, betrokkenheid (al die zaken waar we ook zo goed in zijn) zoveel mogelijk de ruimte geven?

Een veel gehoorde oproep is dan dat wij ‘ons moreel kompas’ moeten inzetten, maar wat betekent dat dan in praktijk? Wat houdt dit dan in, het ‘juiste doen’? Als mens vraagt dit om zowel een individuele als een collectieve invulling. Dit stoelt op twee principes volgens Frans de Waal: ten eerste dat wij ons kunnen inleven in de gevolgen van ons eigen gedrag voor de ander (de één-op-één moraal) en ten tweede dat wij ons kunnen voorstellen wat er nodig is voor het algemeen belang, het functioneren van het collectief (‘zorg voor de gemeenschap’), los van de persoonlijke gevolgen.     

Morele reflectie via moreel beraad doet nu juist een beroep op deze beide aspecten: het zelfonderzoek (welke waarden en normen spelen bij mij vooral, welke gevoelens en gedachten heb ik, wat heb ik gedaan of wat zou ik kunnen doen?) en het onderzoek met de groep (wat denken en voelen anderen, welke waarden en normen hebben zij en waarom doen anderen wat ze doen?). Een moreel beraad maakt je bewust van de morele aspecten en vragen bij het nemen van bepaalde beslissingen. Uitgangspunt is dat er geen algemene universele normen en waarden zijn die een concreet antwoord kunnen bieden op specifieke vragen. Elke keer opnieuw zal bekeken moeten worden: waar doe ik hier goed aan? Welke betekenis geef ik nu aan deze normen en waarden? Moet ik deze informatie nog vertrouwelijk houden (onrust voorkomen) of is transparantie belangrijker? Moet ik deze beslissing aan het team laten (eigenaarschap van het team) of neem ik die zelf? In hoeverre mag ik de autonomie van de cliënt prioriteit geven boven de veiligheid van de cliënt? Het antwoord op dergelijke vragen zal in elk tijdsgewricht net even anders beantwoord worden, evenals dat het antwoord cultureel bepaald wordt. Dit betekent dat elke casus een eigen morele vraag kent en een eigen antwoord behoeft. 

Mijn ervaring is dat het moreel beraad door haar methodische aanpak bevordert:

– Een onderzoekshouding (dat tegenover de stelling nemende wijze waardoor het maatschappelijk debat op dit moment gekenmerkt wordt). 

– Bewustzijn rondom de morele lading van dagelijkse vraagstukken waar we vaak ongemerkt mee worstelen. Deze lading expliciet maken, onderzoeken, bespreekbaar maken. Dat lucht op.

– Het onderscheid maken tussen feiten en duidingen/persoonlijke interpretaties (geen overbodige luxe in vele maatschappelijke discussies).

– Het vergroten van het onderlinge begrip voor elkaars perspectieven, waardoor een brug wordt geslagen (in plaats van de almaar groeiende kloof tussen groepen).

– Het vergroten van dialogische vaardigheden (in plaats van discussie, elkaar overtuigen).

– De mogelijkheid voor het gezamenlijk dragen van de schade die altijd meekomt bij het nemen van beslissingen. Er is altijd een nadeel, maar door dit gezamenlijk te onderkennen kan deze verantwoordelijkheid ook gedeeld worden. Op deze manier kan een team een vangnet vormen voor elkaar. 

Laten dit nu juist de aspecten zijn waar we nu zo’n tekort aan voelen in onze samenleving en waar het manifest van Zorg naar Leven van desamentafel een beweging in gang wil zetten…..het creëren van een kleurrijk midden, waar wij kleur durven bekennen zonder daarop afgerekend te worden. Waar we lef hebben om het anders te doen en we daarbij elkaars vangnet vormen. Bij deze mijn pleidooi voor het bevorderen van morele reflectie door moreel beraad, wat een concrete manier is om dit te bereiken. Het zal een bijdrage kunnen leveren, hoe klein ook, aan het verbeteren van de sociale samenhang in onze teams waarin we werken, in onze professionele omgeving en hopelijk daarmee breder onze samenleving.  

Hedwig Kauffman,

Stroomversneller bij desamentafel en gespreksleider moreel beraad. 

Sociale samenhang versterken door morele reflectie? 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.