Vrijheid vind ik een complex begrip. Voor mij is vrijheid nooit grenzeloos, want dan ontneem je een ander zijn ruimte en dus zijn vrijheid. Dat betekent dat je in een werkomgeving of samenleving met elkaar de kaders moet aangeven waarbinnen en hoe je je tot elkaar wilt verhouden. Een kader is wezenlijk iets anders dan een regel. Met een regel beperk je iemands gedrag, met een kader geef je de richting en ruimte aan waarbinnen iemand zijn eigen gedragskeuzes bepaalt. Een kader verwoordt waarden, een regel een norm.

Een mooi voorbeeld is de wandelaar die op een grasperk een bordje ziet staan met de tekst ‘Het gras niet betreden’. Hij leest het bord en loopt daarop doodleuk door het bloemenperk. Als de tekst had geluid: respecteer onze natuur aub, dan had de wandelaar zijn eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen kunnen bepalen. Vrijheid, verantwoordelijkheid en verantwoording afleggen horen onlosmakelijk bij elkaar.
Dat werkt natuurlijk alleen als die waarden bij de deelnemers verinnerlijkt raken. Kijk naar de voetballers van Ajax die in een doortimmerd systeem hebben leren voetballen, maar die pas in het buitenland slagen wanneer ze de onderliggende waarden van dat systeem verinnerlijkt hebben en…er dus vrij van zijn.

Als we mensen categoriseren naar hun beperkingen beperken we hen in hun vrijheid; we beoordelen ze alleen naar hun handicap en niet naar hun menszijn.

Als je ouder wordt en je beperkingen toenemen, wordt je minder vrij. Je bent letterlijk beperkter in je vrijheid. Ik herinner mij het bezoek van mij met mijn vader aan de keuringsarts t.b.v de verlenging van mijn vaders rijbewijs. Ik vroeg de arts aan het eind of hij het nog verantwoord vond dat mijn vader nog ging autorijden. Dat vond vader niet leuk. Dat is op den duur wel verzacht, maar het zal hem niet lekker. Hij vond nou eenmaal dat hij samen met mijn moeder het best redde op de weg. Ik beperkte hem naar zijn gevoel in zijn vrijheid.

In de zorg is ook heel belangrijk hoe we met dat beperking-gegeven omgaan. Want als we mensen categoriseren naar hun beperkingen (de kwetsbaren, de alzheimer-patiënten, de diabeten…) beperken we hen meteen verder in hun vrijheid, want we beoordelen ze alleen naar hun handicap en niet naar hun menszijn. Dat is een wezenlijk verschil. De mens is niet alleen maar zijn ziekte of handicap, dat is ook het grote euvel van onze gezondheidszorg: de hele zorg is ingedeeld naar ziektes en gebreken, het verband met het totale menszijn is zoek geraakt. Daar doelen we bij de samentafel op als we spreken over van Zorg naar Leven.

Iemand als de sociaal-geriater Anneke van der Plaats heeft een wezenlijke bijdrage geleverd als het om het vrijheidsgevoel en welzijn van mensen met dementie gaat. Zij schiep met haar zgn. belevingsplekken voorwaarden waaronder mensen met dementie tot rust kwamen en zich goed konden voelen. En zelfs weer gelukkig werden in plaats van ongedurig en angstig door de gangen van de instelling te ‘moeten’ lopen. Een van die belevingen is het beschikbaar stellen van muziek, die oude herinneringen en belevingen oproept. Recentelijk zagen we op TV bij Erik Scherder nog een voorbeeld van een voormalige ballerina. die in een vergevorderd stadium van alzheimer verkeerde. Ze begon helemaal tot leven te komen toen ze de balletmuziek hoorde waarop ze vroeger zelf gedanst had. Ze ging de dansbewegingen maken die ze toen op toneel uitvoerde. En ze straalde. Ontroerend om te zien hoe dwangmatig gedrag plaats maakt voor blijdschap en geluk. Dat zijn voor mij uitingen van een zeker vrijheidsgevoel. Anneke lijdt nu zelf aan dementie, maar toen haar zoon haar vertelde dat hij haar levenswerk ging voortzetten, werd ze helemaal blij.

Ikzelf ben directeur van een zorginstelling waar het gedrag van de medewerkers sterk bepaald werd door de leiding, van bovenaf dus. Gevolg was dat het merendeel zich afhankelijk maakte van de toestemming van die leiding. Dat voelde voor mij als heel onvrij en een inperking van hun verantwoordelijkheid. Met ongunstige gevolgen voor hun benadering van de bewoners. Ik heb hen allengs gestimuleerd om op hun eigen kompas te gaan varen. Om te doen met bewoners wat hen op dat moment goeddunkte. Dat werd mij niet meteen in dank afgenomen, want het bracht onzekerheid en angstgevoelens met zich mee, best wel begrijpelijk. Zoiets heeft ook tijd nodig en de nodige volharding van mijn kant.

Daarin moet ik op mijn eigen kompas durven varen. Misschien heb ik dat wel al heel jong geleerd, omdat in mijn beleving mijn thuissituatie daarom vroeg. Ik ontwikkelde al heel vroeg een soort tegendraadsheid, die ik later richting humor en luchtigheid doorontwikkeld heb. Ik prikkel graag mensen om hun comfort-zone te vergroten, het zou paradoxaal zijn wanneer ik hen dat zou opleggen. Tegelijkertijd vraagt het om een klimaat waarin een ieder zich veilig genoeg voelt om dingen uit te proberen en te leren van de eigen fouten. Waarin (ongeschreven) regels plaats maken voor gezamenlijk gedragen waarden.

Mooie baan hoor, waarin ik mijn geest in alle vrijheid zijn werk kan laten doen. Binnen kaders natuurlijk.

Marco van Alderwegen,
samenbrenger

Vrijheid in de zorg, vrijheid in het leven

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.