Een pleidooi voor veroudering
Nieuw, nieuwer, nieuwst. Ik heb een ingewortelde scepsis tegenover nieuw. Ga toch weg denk ik vaak, oude wijn in nieuwe zakken. Ik geloof er meestal niets van. Vrijwel altijd krijg ik bewezen dat nieuw niet het zelfde is als vernieuwing en zelfs dat laatste is vaak niet wat het pretendeert. Ooit las ik ook een artikel, dat een pleidooi hield voor saaiheid en zich herhalende rituelen. Want al dat streven naar vernieuwing maakt je gek, was de stelling.
Wat ik zelf merk is dat bij mij pas nieuwe ideeën opkomen wanneer ik de saaiheid (lees rust) zoek van meditatie. Die komen dan op, van onderop, vanuit mijn buik niet vanuit mijn hoofd. Mijn hoofd piekert, mijn buik levert inzichten. Die ideeën lijken dan wel nieuw, maar vaak zijn ze oud en vertrouwd, maar wel afgestoft en daardoor helder. Ik ben in hart en nieren dus eigenlijk een verouderaar, ik val met graagte terug op oude principes, het liefst eeuwenoud. Dan hebben ze zich bewezen, is mijn stelling.
Neem nou de drieslag uit de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Die werd door de antroposoof Rudolph Steiner begin 1900 gekoppeld aan wat hij het maatschappijbeeld van de driegeleding noemde. Hij maakte onderscheid tussen het zogenaamde geestesleven (onderwijs, kunst, religie en wetenschap), het rechtsleven (dat sociale verhoudingen bewaakt en reguleert) en het economisch leven (dat zorgt voor productie en afzet van goederen en regulering van geldstromen) Wat zei die verrekt moeilijk leesbare Steiner ooit: op het geestesleven is het principe van de vrijheid van toepassing, op het rechtsleven dat van de gelijkheid en op het economisch leven dat van de broederschap.
Ja, denk daar maar eens over na, want - zei hij - je moet ze niet door elkaar halen. Als je het principe van de vrijheid van toepassing laat zijn op het economisch leven gaat het faliekant mis, omdat het ten koste gaat van de broederschap. Dat zien we tegenwoordig in allerlei vormen bewezen, bijvoorbeeld door de opvatting dat onze gezondheidszorg gebaat zou zijn bij de principes van de vrije markt.
Zo kijk ik ook graag naar het samentafel-motto: Van zorg naar leven. De zorg is immers - als tegenwicht tegen het vrije markt denken - zo gereglementeerd geworden door het gelijkheidsprincipe, dat het tijdloze idee van het vrije leven ( tegelijk met de broederschap) stevig in de verdrukking is geraakt. Iedereen wordt onderhevig aan het harnas van protocollen. Als je in de ouderenzorg terecht komt heb je grote kans dat dagelijks aan den lijve te ondervinden. We weten het allemaal, het is ook een open deur, maar toch: het is een hardnekkig patroonmatig fenomeen.
Van zorg naar leven is juist een pleidooi om het bestaan - ook (of juist) als je in de zorg terecht komt - vrij naar eigen inzicht en in verbondenheid met elkaar in te kunnen inrichten. Het vrijheidsprincipe in de ware zin des woords dus. Op onze lentebijeenkomst van 11 april werd in dat licht door medewerkers van de Vijverhof het idee van het zo door hen genoemde leefhuis speels en uitnodigend voor het voetlicht gebracht. Dat zijn ook de woorden die mij te binnen schieten als het om vrijheid gaat: speels, uitnodigend, creatief, ruimte voor eigen initiatief, eigenaarschap etc etc. Er ligt een zomervakantie voor ons om daar eens in alle rust over te mijmeren, onze gedachten de vrije loop te laten hoe het anders zou kunnen, vernieuwende ideeën te laten op-ploppen door op oude principes terug te vallen, het leven tegemoet.
Tekeningen - Ra van der Hoek